Bij een groot aantal vogelsoorten is uitwendig geen onderscheid te maken tussen de man en de pop. Om verschillende redenen kan het belangrijk zijn om te weten wat de sexe is van een vogel. De belangrijkste reden is dat het de bedoeling is om met de vogels te gaan kweken en dat het bij elkaar plaatsen van twee mannen of twee poppen dan niet voor de hand liggend is.
De belangrijkste methodes om de sexe te bepalen zijn:
- Endoscopisch onderzoek waarbij met een endoscoop inwendig onderzoek wordt gedaan waarbij de testikels en/of de eierstok kan worden bekeken en beoordeeld. Het grote voordeel van endoscopisch onderzoek is dat tegelijkertijd de algehele conditie van de vogel en de conditie van de geslachtsorganen kan worden beoordeeld. Een ander voordeel is de betrouwbaarheid. Een vogeldierenarts met ervaring op het gebied van endoscopisch onderzoek kan een eenduidige conclusie trekken. De uitkomst van het onderzoek wordt direct verkregen via degene die het onderzoek doet.
Het nadeel dat de vogel vanwege de ingreep een korte narcose krijgt, weegt niet op tegen de voordelen.
Het nadeel is dat endoscopisch onderzoek niet bij alle vogelsoorten voor de hand liggend is. Een voorbeeld is de kraanvogel. - Bloedonderzoek waarbij middels DNA wordt bepaald of het gaat om een man of een pop.
Voor deze methode moet bloed worden afgenomen. Dat kan een praktisch bezwaar zijn. Bloed dient te worden afgenomen vanuit een bloedvat en dat vereist deskundigheid van de dierenarts. Het domweg afknippen van een nagel om op die manier bloed te kunnen opvangen moeten we beschouwen als vogelonvriendelijk. Deze methode van bloedafname kan ook een onbetrouwbare uitslag opleveren als er ander DNA op de nagel aanwezig is. (Dat is ook het ”risico” als deze methode wordt gebruikt voor het aantonen van een besmettelijke ziektes.) - Via de ”veermethode” waarbij veertjes worden uitgetrokken en DNA onderzoek wordt gedaan van het weefsel dat bij het uittrekken van de veer meekomt. Belangrijk is dat er geen veren worden gebruikt die via de rui op de bodem worden gevonden.
Het nadeel van het opsturen van materiaal, bloed of veren, naar een laboratorium is dat de betrouwbaarheid van de uitslag sterk wordt bepaald door de kans dat er in het hele traject fouten worden gemaakt. Al is de testmethodiek nog zo betrouwbaar, we moeten altijd rekening houden met menselijke fouten bij het verwerken van de gegevens vanaf het moment dat het materiaal wordt ontvangen tot het moment dat de uitslag van het onderzoek wordt verwerkt.
Bij het opsturen van materiaal van een vogel is het daarbij van groot belang om te bedenken dat een laboratorium op de uitslag de gegevens zal vermelden die de inzender heeft opgegeven. Als het materiaal is opgestuurd door de eigenaar, kweker, verkoper moeten we er op vertrouwen dat de juiste gegevens zijn doorgegeven aan het laboratorium.
In de praktijk betekent het dat deze uitslagen per definitie onbetrouwbaar zijn.
De gegevens op een uitslag zijn feitelijk alleen betrouwbaar als deze gegevens zijn doorgegeven door een dierenarts die zelf het materiaal heeft afgenomen, de gegevens van de betreffende vogel heeft genoteerd en het monster zelf heft opgestuurd naar het laboratorium en daar zelf de uitslag van heeft gekregen.
Laboratoria die uitslagen rechtstreeks naar de eigenaar, kweker, verkoper opsturen werken mee aan de onbetrouwbaarheid van de uitslagen.
De kosten van de geslachtsbepaling hangen af van de methodiek, de betrokkenheid van een dierenarts en van het laboratorium waar het materiaal evt. naar toe gestuurd wordt.
Copyright © Adviespraktijk voor Vogels | drs. Jan Hooimeijer. Niets van deze uitgave mag worden vermenigvuldigd of gekopieerd zonder schriftelijke toestemming van drs. Jan Hooimeijer. Het artikel in originele vorm delen is uiteraard wel toegestaan (en zelfs gewenst) onder de voorwaarde dat dit altijd met duidelijke bronvermelding gedaan wordt. Het artikel is met de grootste zorg samengesteld. Nochtans kan de auteur geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor enige schade van welke aard dan ook voortkomende uit gebreken in de inhoud.

